Klacht van N-VA’er Steven Vandenberghe onontvankelijk en ongegrond verklaard

ninove
Ninove

ingezonden foto

Betreft de klacht tegen belastingreglement ‘37 2026_GR_00135 Financiën belastingreglement vaststelling’ goedgekeurd door de gemeenteraad van Ninove op 27 april 2026 

Geacht college,  Mijn administratie kreeg op 3 juli 2026 een klacht tegen het reglement ‘37 2026_GR_00135 Financiën belastingreglement – algemene bedrijfsbelasting - vaststelling’ goedgekeurd door de gemeenteraad van Ninove op 27 april 2026.  Ik heb aan de klager het volgende meegedeeld: “U diende klacht in op 3 juli 2026 over de hierboven omschreven zaak. U deed dat via e-mail.  Ik kan uw klacht niet behandelen conform het bestuurlijk toezicht omdat de toezichttermijn verstreken is. Aan het uitoefenen van het bestuurlijk toezicht zijn namelijk vervaltermijnen verbonden. Hierdoor is het niet meer mogelijk om een toezichtmaatregel te nemen bij het verstrijken van die termijnen.  De klacht werd ingediend op 3 juli 2026 via mail. Het bestreden reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad op 27 april 2026, bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente op 29 april 2026 en gemeld aan de toezichthoudende overheid op 4 mei 2026. Overeenkomstig artikel 332, §3 van het decreet lokaal bestuur moet een klacht, op straffe van niet-ontvankelijkheid, worden ingediend binnen dertig dagen na de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente. Aangezien het besluit werd bekendgemaakt op 29 april 2026, kon de klacht uiterlijk worden ingediend op 29 mei 2026. De indiening van de klacht dateert echter van 3 juli 2026. Bijgevolg is de klacht ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn. De klacht is dus laattijdig en moet overeenkomstig artikel 332, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur onontvankelijk worden verklaard. 

Ondanks de vaststelling dat de klacht onontvankelijk is, geef ik graag mee dat de klacht ook bij tijdige indiening ongegrond zou zijn geweest. De gemeenteraad motiveert de invoering van de algemene bedrijfsbelasting vanuit de noodzaak dat ondernemingen die op het grondgebied economische activiteiten uitoefenen bijdragen aan de kosten voor stedelijke infrastructuur en dienstverlening, zoals wegen, ruimtelijke ordening, milieubeleid en andere voorzieningen waarvan zij gebruikmaken. Ook de andere motieven van het reglement sluiten daarbij aan en verwijzen naar de economische draagkracht, rentabiliteit en realiteit van de betrokken ondernemingen. Uit de motivering blijkt aldus duidelijk dat de belasting gericht is op ondernemingen in een economische context. Datzelfde uitgangspunt komt ook tot uiting in de bepalingen van het reglement. Zo omschrijft artikel 1 de belastbare grondslag als bedrijfsvestigingen die een economische activiteit uitoefenen of daartoe bestemd zijn en definieert artikel 3 punt 1 een bedrijfsvestiging als een plaats van waaruit een onderneming haar economische activiteit uitoefent of daartoe bestemd is. Dat artikel 4 bepaalt dat elke onderneming op het grondgebied van de stad minstens één belastbare vestiging heeft en dat de maatschappelijke zetel als een bedrijfsvestiging wordt beschouwd, doet hieraan op zich geen afbreuk. Deze bepaling kan niet los worden gelezen van artikel 1 en artikel 3 punt 1 van het reglement, die de belastbare grondslag en het begrip bedrijfsvestiging koppelen aan het uitoefenen van een economische activiteit of het daartoe bestemd zijn. Ook de bepaling dat een actieve inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen doet vermoeden dat een onderneming een vestiging exploiteert, gebruikt of tot haar gebruik voorbehoudt, houdt op zichzelf geen belastingplicht in. Het betreft slechts een vermoeden waarmee de gemeente bij de belastingheffing rekening kan houden. Als blijkt dat geen economische activiteit wordt uitgeoefend of de vestiging daartoe niet bestemd is, is niet voldaan aan de voorwaarden voor belastingheffing, zoals bepaald in artikel 1 in samenhang met artikel 3 punt 1 van het reglement.  Uit het voorgaande kan dus niet worden afgeleid dat burgerlijke maatschappen of andere entiteiten zonder economische activiteit structureel als belastingplichtige onderneming worden beschouwd.” Ik verzoek u mijn beslissing (antwoord aan klager) ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad (artikel 333, tweede lid decreet over het lokaal bestuur). Met vriendelijke groeten, Carina Van Cauter Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen

  

Auteur

marc colpaert

100125099

Meer nieuws uit Ninove

Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove
Ninove

Meer nieuws uit de krant

Ninove
Ninove
Asse
Roosdaal
Geraardsbergen
Pajottegem
Regio
Geraardsbergen
Sint-Pieters-Leeuw
Regio
Pajottegem
Pajottegem
Geraardsbergen
Pajottegem
Pajottegem
Pajottegem
Pajottegem
Pajottegem
Pajottegem
Pajottegem

Partners

Commerciële partners, advertenties en vacatures